Het leven en de fabels van Esopus, Hilversum, Verloren 2016. De raaf, de vos en de kaas, De krekel en de mier, De vos en de zure druiven ... Deze bekende fabels zijn zogenaamde 'esopische fabels', vernoemd naar de legendarische fabelverteller Esopus, die omstreeks de zesde eeuw voor Christus in Griekenland leefde. Door de eeuwen heen is een groot aantal vermakelijke en leerzame dierenverhalen aan hem toegeschreven. Tot op de dag van vandaag weten deze een breed publiek te boeien. Dit boek is een volledige uitgave van Dye hystorien ende fabulen van Esopus – gedrukt in 1485 door Gheraert Leeu – aangevuld met 'schandalige' anekdotes die de drukker liever wegliet. Naast de middeleeuwse tekst staat een moderne hertaling en het geheel is geïllustreerd met 186 originele houtsneden. Voor lezers die meer willen weten over Esopus en de overlevering van de fabels biedt de inleiding een schat aan informatie.

Het boek is te bestellen in de boekwinkels maar ook via internet: https://www.verloren.nl/boeken/2086/262/5761/middeleeuwen/het-leven-en-de-fabels-van-esopus

Fouten in de editie

In het register van dieren, personen, hemellichamen, planten, bomen en voorwerpen (pp. 467-471) ontbreekt de bok. Hier de verwijzingen naar de bok    40, 53, 54, 247, 265, 273, 283, 285, 315, 317, 333, 337, 355, 367. Met dank aan Jan de Putter die mij wees op dit gemis.

Zie ook mijn diplomatische editie: Dye hystorien ende fabulen van Esopus, in DBNL (2013). http://www.dbnl.org/tekst/leeu002hyst02_01/leeu002hyst02_01_0016.php

Verslag van de presentatie op zaterdag 18 juni 2016 door Willem Kuiper, in: http://www.neerlandistiek.nl/2016/06/het-leven-en-de-fabels-van-esopus/

Vanmiddag, zaterdagmiddag 18 juni, werd in het Museum Meermanno Westrenianum te Den Haag door Hans Rijns en Willem van Bentum een teksteditie met inleiding, hertaling en commentaar gepresenteerd van één van de kroonjuwelen van dit ‘Huis van het boek‘: Dye historien ende fabulen van Esopus, zoals gedrukt door Gheraert Leeu te Antwerpen en gedateerd 12 oktober 1485. Zie hier het omslag: De presentatie werd ingeleid door Petra Luijkx, medewerker Collectiebeheer van Museum Meeermanno, waarna de volgende sprekers een aspect van het boek of het maken daarvan belichtten:

1) Erik Geleijns, conservator oude collecties van Museum Meermanno, over de geschiedenis en de collectie incunabelen, 

2) em. prof. Paul Wackers, Universiteit Utrecht, over Esopus, de legendarische fabelverteller, 

3) Hans Rijns, co-editeur, ‘Van incunabel naar moderne editie’.

4) Willem Kuiper (Universitair docent van de Universiteit van Amsterdam, in ruste maar nog niet uitgewerkt ) over het vertalen van Middelnederlandse literaire teksten.

Als u er niet bij geweest bent dan is er nog altijd deze prachtige editie van dit bijzondere boek. Het originele boek werd als klap op de vuurpijl na afloop zonder glas ertussen aan de gasten getoond, en ik heb er met bewondering en afschuw naar gekeken. Bewondering voor de zetters van de bladzijden. Wat konden die mannen spatiëren. Zichtbaar beter dan de manier waarop modern zetwerk machinaal gespatieerd wordt. Met afschuw omdat ook dit boek door de boekbinder rigoreus besneden is. Het oorspronkelijke boek moet marges gehad hebben die zeker 2 cm. groter waren. Als aspirant-filoloog heb ik geleerd een hekel aan kopiisten te hebben, omdat die de foutloze tekst van de auteur verminkten door hun slordigheid en ongeïnteresseerdheid. Welnu, die kopiisten zijn al jaren mijn vrienden en de slordigheid en ongeïnteresseerdheid die hen wordt aangewreven kan men beter op het bordje leggen van de ‘nieuwe tijdse’ boekbinders van middeleeuwse handschriften en drukken, die zich gedroegen als ‘gabbers’ avant la lettre: lekker kort, lekker glad. Speelde Nederland ooit ‘totaalvoetbal’ om te stranden in het zicht van de haven, dit is een ‘totaalboek’ met 470 bedrukte bladzijden, met daarin een kritische editie van de Esopus én een synoptische hertaling in hedendaags Nederlands van zowel het ‘Leven’ (eerder vertaald door Willem Kuiper en Rob Resoort in de Griffioenreeks als Het ongelukkige leven van Esopus, Amsterdam 1990, hier herdrukt in een opgefriste versie) als de ‘Fabels’, compleet met alle illustraties uit de incunabel. Natuurlijk niet in kleur, die mag u zelf inkleuren, net als vroeger. Zelfs de fabels die Gheraert Leeu onvertaald liet, omdat ze te scabreus waren, ontbreken niet. Een verhelderende inleiding, bronbeschrijvingen, erudiete voetnoten en registers maken van dit prachtige leesboek ook een rijk naslagwerk. De winkelprijs is € 49,00. De uitgever is Verloren te ilversum: https://www.verloren.nl/boeken/2086/262/5761/middeleeuwen/het-leven-en-de-fabels-van-esopus

 

Historiek: boek van de maand (juni 2016)

Op de website van Historiek, een online geschiedenismagazine, wordt onze editie tot boek van de maand benoemd. Erik Geleijns, conservator van het Museum Meermanno, put rijkelijk uit de inleiding van onze editie. Hij maakt daarbij een foutje: de getoonde afbeelding is niet de inhoudsopgave van het vierde boek, maar de vijftiende fabel uit boek I over de raaf, de vos en de kaas. http://historiek.net/boek-van-de-maand-aesopus/60004/

 

Recensie door Eric de Bruyn, in: http://expert.jeroenboschplaza.com/ericdebruyn/document/esopus-ed-2016/

Datering: 1485

Moderne editie: Hans Rijns en Willem van Bentum (eds.), Het leven en de fabels van Esopus - Teksteditie met inleiding, hertaling en commentaar,  Middelnederlandse Tekstedities 15, Verloren, Hilversum, 2016

Taal: Middelnederlands Dye historien ende fabulen van Esopus (anoniem) 1485 [Kritische teksteditie: Hans Rijns en Willem van Bentum (eds./vert.), Het leven en de fabels van Esopus – Teksteditie met inleiding, hertaling en commentaar. Middelnederlandse Tekstedities 15, Verloren, Hilversum, 2016 = Esopus ed. 2016]

Referenties: CA 28 / Landwehr 27 / Schippers pp. 185-193]

Auteur Anoniem (misschien de drukker Gheraert Leeu zelf?).

De ‘esopische fabels’ die deze druk bevat, worden toegeschreven aan de legendarische fabelverteller Esopus (Aesopus, Aisopos) die zou geleefd hebben in de zesde eeuw vóór Christus, waarschijnlijk als slaaf op het Griekse eiland Samos. Het gaat hier echter grotendeels om historische fictie.

Genre

Een in Middelnederlands proza geschreven fabelverzameling. Onder een ‘fabel’ dienen we te verstaan: ‘Een kort fictief verhaal met een moraal. De handelende personen (…) kunnen sprekende dieren zijn, maar ook natuurfenomenen (zon, maan, sterren, regen of wind), bomen, planten en gebruiksvoorwerpen’ [ed. 2016: 14]. Situering / datering Het betreft hier een incunabel (vroege druk), uitgegeven door Gheraert Leeu te Antwerpen in 1485 (zoals vermeld op het einde van de originele tekst, zie ed. 2016: 420). Van deze druk zijn twee exemplaren bekend: één (compleet) in het Museum Meermanno-Westreenianum in Den Haag (signatuur 1B1), het andere (incompleet) in de Universitäts- und Landesbibliothek te Darmstadt (signatuur Inc. III-12). Het eerste exemplaar lag ten grondslag aan de editie-2016, die naast een kritische editie van de tekst ook een hertaling biedt (wat het leven van Esopus betreft, een herziene versie van de hertaling die Willem Kuiper en Rob Resoort in 1990 publiceerden). Een diplomatische transcriptie van de tekst kan overigens online geraadpleegd worden: http://www.dbnl.org/tekst/leeu002hysto2_01/ . De incunabel van Leeu is een vertaling van de Franse Esope van de augustijner monnik en doctor in de theologie Julien Macho die in 1480 uitgegeven werd te Lyon door Nicolas Phillipi en Marc Reinhardi. Dit was op zijn beurt een vertaling van de Latijns-Duitse Esopus van de Duitse vroeg-humanist Heinrich Steinhöwel (uitgegeven door Johann Zainer te Ulm in 1476/1477). Eén van de herdrukken van Macho’s Franse tekst werd gebruikt door Leeu (waarschijnlijk de – tweede – herdruk uit 1484).

Inhoud

De Antwerpse druk van Leeu valt uiteen in twee delen. In het eerste deel (de hystorien) krijgen we in 28 episodes een levensbeschrijving van de mismaakte en aartslelijke maar zeer wijze en intelligente fabelverteller Esopus. Ofschoon dit gedeelte teruggaat op de Vita Aesopi (een Griekse biografie die geschreven werd in Egypte in de 1ste eeuw), zal het duidelijk zijn dat de anekdoten die hier rond zijn figuur verzameld zijn, weinig aanspraak kunnen maken op historische authenticiteit. Het tweede deel van de druk bestaat uit acht ‘boeken’ die in totaal 155 esopische fabels omvatten, telkens met een begeleidende houtsnede. De eerste vier boeken bevatten esopische fabels uit de Romulus en uit een poëtische bewerking daarvan, de Anonymus Neveleti. Het vijfde boek bevat fabels die de ronde deden buiten deze bundels (Extravagantes), het zesde boek bevat fabels die door Rinuccio da Castiglione uit het Grieks waren vertaald, het zevende boek bevat fabels van Avianus en het achtste boek bevat fabels (eerder anekdote-achtige korte verhalen) van Petrus Alfonsus en Poggio Bracciolini. Zie voor een overzicht van de inhoud ook ed. 2016: 49-56. In zijn Middelnederlandse druk van 1485 liet Leeu negen anekdotes van Petrus Alfonsus en Poggio die als thema overspel hebben, weg – blijkbaar omwille van hun ‘scabreuze’ inhoud [zie ed. 2016: 408 (noot 124)]. Zes van deze negen anekdotes komen wel voor in de Latijnse Esopus-versie van Leeu (1486). Rijns en Van Bentum geven deze negen verhaaltjes alsnog uit, naar de Latijnse versie van Steinhöwel (1476/77) [ed. 2016: 426-445]. Met dat scabreuze blijkt het overigens nogal mee te vallen.

Thematiek

‘Duidelijk is dat fabels meer zijn dan onderhoudende verhaaltjes. Van oudsher leren zij de mens wat hij moet doen of juist moet laten, maar ook hoe de wereld in elkaar steekt. Dit genre is daarom (…) zeer geschikt als didactisch materiaal’ [ed. 2016: 18]. Dit wordt bevestigd door de originele tekst die in het begin de Esopus reeds aankondigt als een boek int welcke alle die menschen (…) moghen leeren ende verstaen by dese fabulen hem selven wel te regerene, want een yeghelijcke hystorie ende fabule sijn sonderlinghe bewijs ende verstant uut gheeft ende sonderlinghe vrolijcheyt presenteert [ed. 2016: 58, vergelijk ook de proloog bij het eerste boek (ed. 2016: 162)]. Leerzame ontspanning dus, ofwel lichtvoetig gebrachte wijsheid. Ook in de levensbeschrijving van Esopus waarmee de druk aanvangt, is het moraliserende aspect belangrijk, belangrijker in elk geval dan de historische waarde. De aartslelijke maar zeer intelligente Esopus zet in de 28 episodes een aantal machthebbers en filosofen in hun hemd en de diepere boodschap lijkt vooral te zijn dat men niet op het uiterlijk moet afgaan, maar wel op wat een mens werkelijk in zijn binnenste is. Uiteindelijk loopt het nochtans slecht af met de fabelverteller: hij wordt (uiteraard nog steeds volgens de overlevering) in een afgrond geworpen door priesters van het Delphische orakel van Apollo (die hij bekritiseerd had). Pleij [2007: 540-541] brengt de figuur van Esopus in verband met de zelfverheffing, de drang om zich onafhankelijk op te stellen en de sterk gegroeide eigendunk over de superioriteit van het eigen vernuft van de laatmiddeleeuwse burgerlijke klasse en plaatst hem in de traditie van de slimme, individueel opererende schalk (naast Reynaert de vos, Marcolphus, Heynken de Luyere, Tijl Uilenspiegel, de pastoor van Kalenberg, Broeder Russche, Vergilius en anderen).

Receptie

Stadsliteratuur (het betreft een Antwerpse druk), gericht op een breed publiek, met de bedoeling amusement te koppelen aan onderricht in geloof en goede zeden. Als het in fabel 48 gaat over het kakelen en achterwaarts scharrelen van kippen (wat blijkbaar tussen de regels door in verband wordt gebracht met het overspel van vrouwen), wenst de auteur vaag te blijven en noteert (in hertaling): Daarom willen wij nu over dit onderwerp niet verder spreken en laten wij het in het Latijn staan voor de geleerden, die hun tijd nuttig zullen willen besteden om de verklaring van het boek te bestuderen van de bovengenoemde Esopus [ed. 2016: 226-227 (nr. 48)]. De Middelnederlandse versie was dus blijkbaar onderhevig aan censuur, want niet gericht op de ‘geleerde’ lezer (zie ook het weglaten van negen anekdoten). Dat betekent echter niet dat op fabelverzamelingen als deze door de ‘intellectuelen’ werd neergekeken, want dezelfde verhaaltjes verschenen speciaal voor hen in Latijnse versies. Voor de talrijke laatmiddeleeuwse edities van het leven en de fabels van Esopus in het Latijn en in de volkstalen binnen de Lage Landen, zie Landwehr 1963. Profaan / religieus? Overwegend profaan met af en toe lichte religieuze inslag.

Persoonlijke aantekeningen

Gemeten met moderne esthetische normen is deze Esopus een mager beestje. De anekdoten zijn erg simplistisch en meestal weinig boeiend. Dat laat onverlet dat de editie-2016 een bijzonder fraai en vakkundig verzorgde uitgave is en dat de druk van Leeu beslist de nodige literair-historische en cultuurhistorische waarde heeft. Noterenswaard is het volgende. De Esopus van Leeu bevat een houtsnede waarop de figuur van Esopus in het groot wordt afgebeeld, met daarrond allemaal kleine figuurtjes en voorwerpen die stuk voor stuk verwijzen naar de episoden uit zijn leven. Links bovenaan zien we bijvoorbeeld het naakte achterwerk van een op een bed liggende persoon en de twee billen hebben telkens een oog: voorwaar een Boschiaanse voorstelling die niet zou misstaan bij één van Bosch’ monsters. In dit geval blijkt het echter te gaan om een illustratie bij de zestiende episode uit Esopus’ leven [ed. 2016: 38 / 116, zie ook de ingekleurde afbeelding op de cover]: Esopus vraagt de vrouw van zijn meester, die ligt te rusten, om de honden even weg te houden van de gedekte tafel terwijl hij weg is, waarop de vrouw meedeelt dat dat geen probleem is, want mijn billen hebben ooghen. Nochtans valt de vrouw in slaap en uit wraak schort Esopus haar kleed naar boven zodat zij met ontbloot achterwerk ligt te slapen als de meester en zijn vrienden binnenkomen. Om uitleg gevraagd, zegt Esopus dat hij dit gedaan heeft opdat de ogen op de billen van zijn meesteres beter zouden kunnen zien… Een Bosch-monster met ogen op de billen komt mij niet direct voor de geest, maar men kan zich voorstellen dat de fantasie van Bosch door het zien van merkwaardige, doch eenvoudig te verklaren afbeeldingen zoals deze geïnspireerd werd tot het creëren van al even merkwaardige, in zijn geval echter een stuk intrigerender monsters en duivels (men denke bijvoorbeeld aan het buik-hoofd-monster in de rechterbenedenhoek van het rechterluik van de Antonius-triptiek in Lissabon, waarbij het ‘hoofd’ geen ogen heeft, maar de kap wel). Dicht bij de Esopus-houtsnede staat overigens de Het woud heeft oren-tekening (Berlijn) waarin een bos oren heeft en een veld ogen: net als in de houtsnede is er sprake van twee verrassende beeldvondsten maar telkens – ook weer zoals in de houtsnede – met een heel simpele verklaring (er wordt namelijk een spreekwoord letterlijk uitgebeeld). Voor het overige is het duidelijk dat het denkraam van Bosch weinig of geen raakpunten vertoont met de vrij simplistische wijsheden die verkondigd worden in fabelverzamelingen als Leeu’s Esopus. Eén van de fabels [ed. 2016: 220 (nr. 44)] maakt nochtans gewag van een grote oorlog tussen de dieren en de vogels, waarbij de vleermuis een verradersrol speelt. Of dit relevant is voor de twee sinds kort aan Bosch toegeschreven tekeningen met strijdende dieren en vogels [zie Koreny 2012: 162-169 (cat. nrs. 3 / 4)] is niet direct aantoonbaar. In 1937 bracht Benesch in een artikel [ik raadpleegde de herdruk Benesch 1971: 282] de Het woud heeft oren, het veld heeft ogen-tekening van Bosch (Berlijn), met onderaan de boom in het midden een vos en een haan, in verband met twee esopische fabels over een vos en een haan in de Esopus van Steinhöwel (1476/77) [vergelijk Esopus ed. 2016: 276-279 (nr. 83) / 418-421 (nr. 164)]. Baldass [1943: 84] noemde niet alleen dit detail maar ook de Vos en haan-tekening (Rotterdam) ‘eine Szene der Aesopschen Fabeln’. Bax [1948: 279] heeft erop gewezen dat de door Benesch en Baldass gesuggereerde thematische invloed van de esopische fabels op Bosch weinig waarschijnlijk is.

Geraadpleegde literatuur

John Landwehr, Fable-Books Printed in the Low Countries – A concise bibliography until 1800. B. de Graaf, Nieuwkoop, 1963, p. 3 (nr. 27).

Willem Kuiper en Rob Resoort (vert.), Het ongelukkige leven van Esopus – Levensgeschiedenis van de legendarische fabeldichter Esopus, de mismaakte die alle geleerden en hoogwaardigheidsbekleders in verstand en visie overtrof, maar uit afgunst werd gedood. Griffioen-reeks, Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam, 1990.

Anda Schippers, Middelnederlandse fabels – Studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Proefschrift Katholieke Universiteit Nijmegen, Nijmegen, 1995, pp. 185-193.

Herman Pleij, Het gevleugelde woord – Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1400-1560. Bert Bakker, Amsterdam, 2007, pp. 540-543.

Hans Rijns, “De fabelverzameling van Gheraert Leeu (1485) – Dye hystorien ende fabulen van Esopus”, in: Tiecelijn – Jaarboek 4 van het Reynaertgenootschap 24 (2011), pp. 217-248.

Willem van Bentum, “Het Leven van Esopus in vogelvlucht”, in: Tiecelijn – Jaarboek 5 van het Reynaertgenootschap 25 (2012), pp. 238-253. [explicit 2 augustus 2016]

 

Boekbespreking Leven & fabels van Esopus

Het leven en de fabels van Esopus, Teksteditie met inleiding, hertaling en commentaar door Hans Rijns en Willem van Bentum, Hilversum: Verloren, 2016 471 p., pbk, geill.; Middelnederlandse tekstedities 15, ISBN 978-90-8704-567-8 - € 49

Op 12 oktober 1485 verscheen Dye hystorien ende fabulen van Esopus bij drukker Gheraert Leeu in Antwerpen. Het boek was geïllustreerd met 186 houtsneden. Van deze druk is slechts één compleet exemplaar bewaard gebleven (Den Haag, Museum Meermanno-Westreenianum). Nu is de kritische leestekst – d.w.z. Middelnederlandse tekst makkelijker leesbaar gemaakt voor de moderne lezer – van Leeu's boek verschenen (linker pagina) met de moderne hertaling (rechter pagina). De houtsneden zijn in klein formaat toegevoegd. Esopus (Aesopos) zou in de zesde eeuw vC op Samos hebben geleefd, maar historisch gezien is niets met zekerheid over deze persoon vast te stellen. Zijn leven begon in de vage mist van de geschiedenis, maar in de vijfde eeuw vC was hij voor de Grieken al een historische figuur die ooit had bestaan en fabels vertelde die men bleef doorvertellen (tot op de dag van vandaag). Na de kennismaking met Esopus, gaan de samenstellers van dit boek in de inleiding verder met wát fabels precies zijn, hoe populair ze altijd zijn geweest en enkele fabelverzamelingen (Phaedrus, Babrius, Avianus) worden kort besproken. De Romulus vulgaris werd geschreven in het eerste millennium – waarschijnlijk vóór het einde 9e eeuw – door een zekere Romulus (98 fabels in Latijns proza). In de middeleeuwen kende deze verzameling een grote verspreiding, werd nagevolgd, vertaald en bewerkt. Ook werd de verzameling aangevuld, bijvoorbeeld met fabels uit de (door mij zeer geliefde) vorstenspiegel Kalila & Dimna, een zeer populaire fabelverzameling die uit India via een Arabische en oud-Syrische bewerking ook in Europa bekend raakte. Twee fabelverzamelingen uit eind 15e eeuw worden wat gedetailleerder besproken: de Esopus van Steinhöwel (1476-1477, Latijn en Duits met 205 houtsneden) en de Esope van de augustijner monnik Julien Macho (1480, min of meer de Franse vertaling van, en met houtsneden naar de druk van Steinhöwel). De anonieme Middelnederlandse vertaling van de Franse tekst – incidenteel met toevoegingen uit de Latijnse tekst van Steinhöwel – werd door Gheraert Leeu gedrukt met 186 houtsneden. Ook de kwaliteit en de herkomst van de houtblokken bespreken de auteurs (p.34-42).

Dye hystorien ende fabulen van Esopus begint met de beschrijving van Esopus' leven (naar de Vita Aesopi van Rinuccio da Castiglione 1395-1457). Esopus was niet moeders mooiste: "Hij was qua uiterlijk de lelijkste en meest mismaakte van alle mensen, want hij had een groot, dik hoofd, een groot gelaat, een lange kaak, scherpe ogen, een korte hals, een dikke buik, dikke benen, brede voeten en was zó lelijk en mismaakt dat het niet te beschrijven is" (p.59). Maar hij was "zeer fijnzinnig en intelligent". Hij kwam uit de buurt van Troje en was stom, "zodat hij geen woord kon spreken". Hij gebruikte gebarentaal. Eens hielp Esopus een priester die de weg was kwijt geraakt en als dank bad deze tot God om te verzoeken of hij "zijn genade wilde verlenen en grote voorspoed zou willen geven aan Esopus, van wie hij zoveel goeds en zoveel weldaden had ontvangen" (p.65). De godin van de gastvrijheid schonk hem de spraak. Tussen haakjes: een mooi voorbeeld van hoe de christelijke god en de traditionele, antieke goden gezamenlijk optreden in de fabels! Door manipulaties van een gemene bediende, werd Esopus als slaaf verkocht. Uiteindelijk werd Esopus de slaaf van filosoof Xanthus. Dat had nogal wat voeten in de aarde, want Esopus was lelijk en mismaakt. Als antwoord gaf Esopus: "Men moet niet alleen op iemands gezicht of lichaam letten, maar op iemands denkbeelden, intelligentie en wijsheid" (p.79). Na heel wat slimmigheden werd Esopus in vrijheid gesteld. Na enkele goede daden voor Samos gedaan te hebben, reisde Esopus "voor zijn genoegen door vele koninkrijken, landen, steden en naties en bezocht allerlei volken, terwijl hij de sterfelijke mensen die in dit leven en op deze wereld waren, onderwees met fabels en verhalen" (p.135). "Omdat hij geen kinderen had" (p.137), adopteerde hij een zekere Enus, "een edele, knappe jongeman". Enus was zijn adoptievader niet dankbaar. Hij beraamde een misdaad tegen hem, werd weer in genade aangenomen door Esopus, maar stortte zich uiteindelijk van een berg naar beneden. Esopus bleef slim en hielp de koning van Babylonië met het oplossen van een probleem dat de koning van Egypte hem had gestuurd: "Aangezien ik [koning van Egypte] van plan ben een toren te bouwen die noch tot de aarde noch tot de hemel moet reiken, verzoek ik u mij metselaars te sturen die deze toren voor mij kunnen metselen" (p.137). Esopus wist dit 'probleem' op te lossen op een heel klassieke manier, die terug te vinden is in een van mijn favoriete verhalen in de Alexanderroman. Ook wordt Esopus' dood beschreven door de priesters van het Apollo-heiligdom in Delphi, waarin heel duidelijk ook het verhaal van de ezels wordt verteld.

Vanaf p.160 lezen we de ene fabel na de andere (tussen vierante haakjes de bronnen die Steinhöwel gebruikte): boek 1, boek II (p.186-), boek III (p.214-), boek IV (p.246-). Elk boek heeft 20 fabels [Romulus]. Boek V (p.272-) tekst 17 fabels [Extravangantes]. Deze laatste bron waren fabels die buiten de esopische traditie stonden, maar die door Steinhöwel ook waren opgenomen. Boek VI heeft 17 fabels (p.332-) [Rinuccio] en boek VII 27 fabels (p.354-) [Avianus]. Boek VIII is het laatste deel van Dye hystorien ende fabulen van Esopus en bestaat uit 14 fabels (p.382-421) [Petrus Alfonsi & Poggio]. Steinhöwel nam nog enkele anecdotes (geen dierfabels, maar fabels over menselijk falen & overspel) op, die Leeu niet overnam. Misschien omdat ze té scabreus waren? De samenstellers van dit boek hebben de Latijnse of Duitse versie met Nederlandse vertaling in de bijlage opgenomen (p.422-449). Daarna volgen nog een lijst van emendaties (p.450-454), en verantwoording van de afbeeldingen (p.455), bibliografie (p.456-461), dankwoord (p.462), register van eigennamen, goden, plaatsen en landen (p.463-466) en een register van dieren, personen, hemellichamen, planten, bomen en voorwerpen (p.467-471).

Ik hou van dierenfabels en toen ik mijn boek de EZEL schreef, heb ik vooral onderzoek gedaan naar de ezel in de klassieke fabels. Daarom kan ik het nu niet laten hier één middelnederlands ezel-voorbeeld te geven van de fabels zoals verteld in Dye hystorien ende fabulen van Esopus:

"De dertiende fabel gaat over de zieke ezel en de wolf. Nooit moet men geloof hechten aan een slecht mens, zoals men kan afleiden uit deze fabel. Een wolf bezocht een zieke ezel. Hij begon hem te onderzoeken en vroeg: 'Mijn lieve broeder, waar doet het je pijn?' De ezel zei tegen hem: 'Waar jij me aanraakt'. De wolf, die net deed of hij hem wilde troosten en onderzoeken, begon de ezel te knijpen en te mishandelen tot de dood erop volgde en vrat hem daarna op. Daarom moet je geen geloof hechten aan vleiers, want zij zeggen het vaak mooi, maar bedoelen het in hun hart slecht" (fabel nr. 73, p.263-265). De essentie van fabels: "Alle mensen die dit boek zullen lezen, kunnen aan de hand van deze fabels leren en begrijpen hoe ze zich goed gedragen moeten, want elke geschiedenis en elke fabel heeft zijn eigen les en betekenis en biedt zijn eigen humor" (p.59).

Voor de liefhebber een prachtig en heerlijk boek dat ook iets vertelt over de mentaliteit ("daarom moet je de vrouwen niet te veel geloven en vertrouwen" p.357 etc.) van de vijftiende-eeuwse lezer! © conens & van wiechen - drs. A. van Wiechen

www.OudWeb.nl/esopus